Foto verbonden met tekst rechts

Regulier strafrecht: langere straf voor doodslag

Met het regulier strafrecht heb ik regelmatig te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om diefstal, geweldsdelicten, drugs en fraude/oplichting. Moord en doodslag vallen ook onder het regulier strafrecht. Wat mij onlangs in het nieuws opviel is dat er een wetsvoorstel is voorbereid om de maximum straf voor doodslag van 15 naar 25 jaar te verhogen. Dat heeft nogal wat consequenties. In mijn blog lees je wat die consequenties zijn.

Passende straf

De aanleiding voor het wetsvoorstel is dat het Openbaar Ministerie regelmatig moeite heeft om een passende straf voor doodslag op te leggen. Om een beeld te krijgen om hoeveel zaken dat ongeveer gaat: in Nederland zijn er in 2018 119 mensen om het leven gebracht door moord of doodslag. Het is nu zo dat er voor moord maximaal levenslang kan worden opgelegd en voor doodslag maximaal 15 jaar. Het verschil tussen beide is dat er bij moord moet worden bewezen dat er sprake is van voorbedachte rade. Dat laatste is vaak minder goed aan te tonen door justitie. Dus in de praktijk kan het zo zijn dat iemand op een gruwelijke manier overlijdt en daarvoor de maximale straf voor doodslag wordt opgelegd, dus 15 jaar. De gedachte achter deze wetswijziging is dat het verschil tussen de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord (30 jaar) en de gevangenisstraf voor doodslag kleiner wordt.

Strengere strafmaatstaven – voorwaardelijke invrijheidstelling

Dan is het ook nog zo dat iemand na het uitzitten van twee derde van de straf voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) in aanmerking kan komen. Indien iemand dus de maximale straf opgelegd krijgt voor doodslag (15 jaar) zou de veroordeelde na 10 jaar onder voorwaarden weer kunnen worden vrijgelaten. De regering meent dat dit lastig aan de maatschappij uit te leggen is. Vandaar nu het voorstel om de straf naar maximaal 25 jaar te verhogen.

Maar naast dit voorstel treedt er met ingang van medio volgend jaar een andere wet voor strengere strafmaatstaven in werking. Daar heb ik al eerder een keer een blog over geschreven. Volgens die wet is straks de twee derde norm bij voorwaardelijke invrijheidstelling niet meer van toepassing, maar geldt er een maximale VI van 2 jaar.

Lastig uit leggen

In de praktijk kan het dus zo zijn dat als iemand dit jaar, in 2020, voor doodslag wordt berecht en 15 jaar krijgt opgelegd, hij/zij na 10 jaar weer vrij kan komen. Maar als iemand voor hetzelfde delict in 2021 wordt berecht en de dan geldende maximale straf van 25 jaar krijgt opgelegd, hij/zij pas na 23 jaar op vrije voeten kan komen. Een verschil van 13 jaar! Ik durf daar mijn vraagtekens bij te zetten en vraag me ook af of er goed over de consequenties van beide wetsvoorstellen is nagedacht. Ik vind het zelf in ieder geval lastig uit te leggen dat een veroordeelde in 2021 dan 13 jaar langer zou moeten zitten voor hetzelfde feit als een veroordeelde in 2020.